Supervisie en intervisie als kwaliteitsborging door beroepsverenigingen
Afgelopen maand werd ik blij verrast door de aanpassing van een reglement van de beroepsvereniging voor vaktherapeuten op het gebied van supervisie.
Vanaf 2026 dienen vaktherapeuten met een erkend diploma waarvan de afgiftedatum meer dan 10 jaar geleden is op moment van inschrijving in het register en vaktherapeuten die worden toegelaten op basis van een niet‑erkende opleiding, 15 supervisiebijeenkomsten volgen in plaats van de reguliere 12. Na inschrijving in het Kwaliteitsregister Vaktherapie hebben zij 2 jaar de tijd om deze 15 bijeenkomsten te volgen en aan het einde van deze periode leveren zij een schriftelijk (digitaal) bewijs aan bij het Kwaliteitsregister Vaktherapie.
In veel beroepen waarin mensen met mensen werken – zoals in de zorg, het onderwijs, coaching, therapie, jeugdzorgprofessionals en sociaal werk – staat kwaliteit voortdurend onder druk. Veranderende maatschappelijke vragen, complexe casuïstiek en hoge verwachtingen vragen om professionals die blijven reflecteren op hun handelen.
Beroepsverenigingen spelen hierin een cruciale rol. Twee belangrijke instrumenten die zij inzetten voor kwaliteitsborging zijn supervisie en intervisie.
Wat verstaan we onder supervisie en intervisie?
Supervisie is een begeleidingsvorm waarbij een professional (de supervisant) zijn of haar beroepsmatig handelen bespreekt met een daarvoor opgeleide supervisor. De focus ligt op leren, reflecteren en professionalisering. De supervisor bewaakt het leerproces, stelt verdiepende vragen en helpt patronen zichtbaar te maken. Supervisie is vaak individueel of in kleine groepen en kent een duidelijke methodische opbouw.
Intervisie is een gestructureerde vorm van collegiale consultatie. Professionals met een vergelijkbaar niveau en werkveld bespreken samen praktijksituaties, dilemma’s of vragen. Er is geen hiërarchie: de deelnemers leren van en met elkaar. Door de toepassing van een gestructureerde intervisiemethode blijft de bespreking doelgericht en verdiepend.
Hoewel de vorm verschilt, delen supervisie en intervisie hetzelfde doel: het versterken van professioneel handelen door reflectie. Juist in een ontwikkeling van generieke opleidingslijnen komt er nog meer druk te liggen op de specifieke ontwikkeling van de professionaliteit in het werkveld. Waar de beroepsverenigingen kwaliteitskaders voor ontwikkelen.
Waarom zetten beroepsverenigingen deze instrumenten in?
Beroepsverenigingen hebben als kerntaak het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van het beroep. Zij doen dit onder andere door beroepscodes op te stellen, scholing te stimuleren en eisen te stellen aan registratie en herregistratie. Supervisie en intervisie passen hier naadloos in.
Door deelname aan supervisie of intervisie verplicht te stellen, laten beroepsverenigingen zien dat vakbekwaamheid meer is dan het volgen van opleidingen.
Het gaat ook om:
♥ bewust reflecteren op eigen handelen, herkennen van patronen, (tegen)overdracht
♥ omgaan met ethische en morele dilemma’s, stress en balans
♥ professionele grenzen bewaken en deze kunnen hanteren
♥ leren van complexe of lastige situaties
♥ voorkomen van routinematig of onbewust handelen
♥ kunnen handelen in de complexiteit van wettelijke kaders, professionele standaarden en menselijke waarden
Op die manier dragen supervisie en intervisie bij aan duurzame kwaliteit van het werken met mensen.
Kwaliteitsborging in de praktijk
Veel beroepsverenigingen koppelen supervisie en intervisie aan (her)registratie-eisen. Leden moeten bijvoorbeeld aantonen dat zij een bepaald aantal uren supervisie of intervisie hebben gevolgd binnen een vastgestelde periode. Vaak gelden daarbij duidelijke criteria:
♦ supervisie door een erkend supervisor
♦ intervisie volgens vastgestelde methodieken, reflectie
♦ vastlegging en verantwoording van deelname, jaarplan en aanwezigheid
♦ focus op beroepsmatig handelen,
Deze kaders zorgen ervoor dat supervisie en intervisie geen vrijblijvende gesprekken worden, maar doelgerichte leeractiviteiten met aantoonbare ontwikkeling.
Veel professionals ervaren supervisie en intervisie als ondersteunend en verdiepend. Het biedt een veilige ruimte om vragen te stellen, onzekerheden te delen, samen te onderzoeken en stil te staan bij de impact van het werk.
Voor beroepsverenigingen is dit belangrijk: kwaliteit ontstaat niet alleen door regels en richtlijnen, maar juist door reflectieve professionals die bereid zijn te blijven leren. Supervisie en intervisie maken die professionele houding zichtbaar én bespreekbaar.
Supervisie en intervisie verbinden professionele standaarden aan persoonlijke ontwikkeling en de dagelijkse praktijk. Door deze vormen van reflectie structureel te verankeren, investeren beroepsverenigingen niet alleen in de kwaliteit van het beroep, maar ook in de duurzaamheid en het werkplezier van hun leden.