Naasten betrekken?

Verschillende opvattingen kom ik tegen als het gaat om betrekken van naasten. Of het nu om partner, ouders, vrienden, collega, werkgever gaat. Wel, niet, privacy, geen tijd voor, bij elk evaluatiemoment, altijd om terugval te voorkomen. Mijn klant wil dat niet. Bij supervisie betrek ik nooit anderen, bij coaching afhankelijk van de contractering, bij re-integratie vrijwel altijd, bij therapie wisselend.

Regelmatig overleg ik met een bedrijfsarts en een leidinggevende als het gaat om de re-integratie stappen van een klant. Dit is dan vaak op verzoek van een van de partijen. Het heeft meestal tot gevolg dat de klant in een beter passend tempo terug kan keren naar werk. Zijn of haar grenzen serieuzer neemt en leert aan te geven.

Bij de vraag of we naasten zullen betrekken gedurende een traject zie ik vaak eerst wat onwennigheid. “Ik wil niemand tot last zijn” is een vaak gehoorde reactie. Je hoeft ook niet alles prijs te geven, natuurlijk blijft het van belang om als klant regie te houden over wat besproken wordt. Als klanten werkelijk de stap zetten ervaren ze vaak opluchting. Zie ik een versterkt gevoel van erkenning. Het samen delen, luisteren naar elkaar, zorgt voor verbinding. Soms werkt het niet zoals gedacht en krijg je een inkijk in de pijnlijke interactie tussen mensen.

Momenten waarop ik het belangrijk vind en dit belang benadruk zijn momenten waarop ik zie dat iemand niet uit zichzelf steun zoekt, waarin er problemen liggen in de dynamiek met anderen. Maar ook in de evaluatie of de afronding van een traject.

Ik ben benieuwd naar de overwegingen van anderen. Hoe doe jij dat? Wat zijn je overwegingen of je ervaringen?

Schaamte

Weer leren lopen

De afgelopen maand is het thema schaamte veel aan bod geweest in mijn trajecten. Schaamte voor dat wat je zou willen maar niet durft. Tegenover je werkgever, je collega, je team, je ouders, je partner, de buren, je vrienden.

Wat is dat toch schaamte? Schaamte is in ieder geval niet hetzelfde als schuld. Schuld kun je, juridisch, aantonen. Daarnaast kun je je wel schuldig voelen. Schaamte is iets anders. Schaamte kun je niet aantonen. Schaamte is een subjectieve beleving. Een gevoel over jezelf of zelfs plaatsvervangend over iets of iemand anders. Vaak heeft dit een lagere zelfwaardering tot gevolg of zelf een negatieve lichaamsbeleving.

Schaamte zorgt voor een negatieve ‘self talk’ en het invullen voor de ander. Die iets raar zal vinden. Dit zorgt voor onzekerheid en angst. Mensen maken zich kleiner dan ze zijn. Medewerkers declareren hun onkosten niet, stromen niet door naar betere functies, vragen een lager tarief, leidinggevende wachten te lang met iets aan de kaak stellen, delegeren minder, raken overwerkt. In het privéleven zijn mensen onbeperkt beschikbaar, durven geen nee te zeggen. Je komt in een vicieuze cirkel terecht die de negatieve zelfwaardering telkens bevestigd.

Schaamte ontwikkelt zich soms al op jonge leeftijd, in de peutertijd. Als kinderen letterlijk hun eerste stappen zetten, voor het eerst zelf ergens op af kunnen lopen en op onderzoek uit willen gaan. De leeftijd van de ontwikkeling van de autonomie, expressie en onderzoek. In dezelfde leeftijd waarin ook de morele ontwikkeling zich begint te vormen. De omgeving moedigt het eerste onafhankelijke gedrag aan, spreekt bemoedigend is trots als de peuter de overkant haalt. “Geweldig, fantastisch, goed gedaan!” De omgeving kan ook angstig reageren, over beschermend, bezorgd. “Pas op, je valt, niet zo hard!!” De omgeving kan ook niet reageren, neutraal of vernederend, ongeduldig, agressief. De reactie van de omgeving fungeert als een regulerende spiegel, waarin hechting en veiligheid kan groeien, een eerste gevoel over ik ben (niet) oké, de ander is (niet)oké.

Gelukkig zijn schaamte, een lage zelfwaardering, negatieve lichaamsbeleving en de bijbehorende gevoelens goed te behandelen. Net als andere emoties. Een emotie is een reactie op een gebeurtenis. Een reactie met een lichamelijke component, een ervaringscomponent en een gedragscomponent. In de reactie van en interactie met de omgeving ontstaan cognities. “Fout, dom, nooit meer doen – of juist – goed, oké, uitproberen”

Vanuit de ervaringsleer, zoals in ensceneringen en opstellingen, is het mogelijk gevoelens van schaamte, maar ook andere gevoelens te onderzoeken en te herzien. Door daar actief op te reflecteren ben je in staat anders te handelen, te vicieuze cirkel te doorbreken en te veranderen. Uiting geven aan wat je werkelijk vindt en wilt. De oude ervaring – inclusief de lichamelijke connectie – herkennen. Ervaren dat je regie kunt nemen, kunt delen met anderen, keuzes kunt maken. Om wel je collega aan te spreken, naar anderen te delegeren, nee te zeggen als jij weer gevraagd wordt.